Loading ...
Sorry, an error occurred while loading the content.

Re:Oorzaak overlijden Jakob Gruizinga

Expand Messages
  • Evert de Jonge
    Hallo Hans (en anderen), Wat ik begrepen heb is dat vanaf een bepaald moment een arts een verklaring van overlijden afgaf. Daarin staat de doodoorzaak. Echter
    Message 1 of 4 , Oct 28, 2010
    View Source
    • 0 Attachment
      Hallo Hans (en anderen),

      Wat ik begrepen heb is dat vanaf een bepaald moment een arts een verklaring van overlijden afgaf. Daarin staat de doodoorzaak. Echter weet ik niet wanneer dit precies is ingevoerd; ergens in de late 19e of vroege 20e eeuw.
      Deze verklaringen worden bewaard bij de gemeenten, dus lokaal in te zien.
      Ook heb ik begrepen, omdat het nog steeds onder medisch geheim valt, alleen nazaten mogen dergelijke verklaringen inzien.

      Mijn infobron is een vriend die bij de afdeling Burgerzaken van een grote gemeente werkt.

      Succes (in Winschoten),
      gr. Evert de Jonge



      [Non-text portions of this message have been removed]
    • johannes3641
      Geachte lijstgenoten, Mijn overgrootvader Jakob Gruizinga, geboren op 23-01-1856 te Beerta is op 20-10-1903 te Winschoten overleden. Ik ben zeer benieuwd
      Message 2 of 4 , Nov 2, 2010
      View Source
      • 0 Attachment
        Geachte lijstgenoten,

        Mijn overgrootvader Jakob Gruizinga, geboren op 23-01-1856 te Beerta is op 20-10-1903 te Winschoten overleden.

        Ik ben zeer benieuwd waaraan hij is overleden. Kan iemand mij informeren hoe ik daar achter kan komen.

        Vriendelijke groeten,
        Hans Gruizinga
      • ben doedens
        ... De doodsoorzaakverklaring is ingevoerd bij de invoering van de Wet op de lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, Stb. 65). In elk geval werd na de invoering
        Message 3 of 4 , Nov 2, 2010
        View Source
        • 0 Attachment
          Evert de Jonge wrote:
          > Hallo Hans (en anderen),
          >
          > Wat ik begrepen heb is dat vanaf een bepaald moment een arts een
          > verklaring van overlijden afgaf. Daarin staat de doodoorzaak. Echter
          > weet ik niet wanneer dit precies is ingevoerd; ergens in de late 19e
          > of vroege 20e eeuw. Deze verklaringen worden bewaard bij de
          > gemeenten, dus lokaal in te zien.

          De doodsoorzaakverklaring is ingevoerd bij de invoering van de Wet op de
          lijkbezorging (Wet van 10 april 1869, Stb. 65).

          In elk geval werd na de invoering van bovengenoemde wet de
          overlijdensverklaring vereist. Daarin was kennelijk de doodsoorzaak
          opgenomen. Daarvoor diende de ABS zich van de dood te vergewissen, daartoe
          dienden ook de twee getuigen. Indien de dood onder verdachte omstandigheden
          had plaatsgevonden diende hij de justitie te waarschuwen, waarna een
          gerechtelijke lijkschouwer de zaak kwam onderzoeken en aan de ABS diende te
          rapporteren. (BW van 1838)

          Door een wijziging van de wet op de lijkbezorging wordt sinds 1955 in de
          overlijdensverklaring van de doktor c.q. degene die een lijk heeft geschouwd
          geen doodsoorzaak meer opgenomen. (vlgs mijn beknopt leerboek Wetskennis
          t.b.v. de akte GA I)

          Naast de overlijdensverklaring die de dokter/lijkschouwer t.b.v. de
          Ambtenaar van de Burgerlijke Stand die het verlof tot begraving/verbranding
          af moest geven, werd een nieuw model doodsoorzaakverklaring ingevoerd die de
          dokter/lijkschouwer ingevuld in een dichtgeplakte enveloppe met de
          handtekening over de sluiting heen bij de verklaring van overlijden diende
          te voegen. Het nieuwe model gaf de dokter meer mogelijkheden om de oorzaak
          van het overlijden aan te geven. Dit was uitdrukkelijk alleen bestemd voor
          statistische doeleinden. Want Deze envelop mocht alleen worden geopend door
          de medisch ambtenaar van het Centraal Bureau vd Statistiek. De
          persoonskaarten van overledenen diende de ABS/bevolkingsambtenaar tesamen
          met de enveloppen op te sturen aan het CBS.

          Een doodsoorzaak werd in elk geval vanaf deze datum niet (meer) opgenomen in
          de verklaring van overlijden t.b.v. de ABS.

          Voor de invoering van de Wet op de Lijkbezorging ging het volgens artikel 50
          en verder van ons eerste eigen BW van 1838

          50. De akten van overlijden zullen worden opgemaakt door den
          ambtenaar van den burgerlijken stand der plaats, alwaar de persoon overleden
          is, en op de verklaring van twee getuigen.
          Wanneer het blijkt dat de overledene elders zijne woonplaats heeft gehad,
          zal de ambtenaar van den burgerlijken stand een uittreksel van de akte van
          overlijden doen toekomen aan dien van de laatst bekende woonplaats van den
          overledene, ten einde insgelijks in de registers aldaar te worden
          ingeschreven.

          51. Zij zullen bevatten:

          1°. De voornamen, den naam, den ouderdom, het beroep en de woonplaats van de
          overledene, mitsgaders den dag en het uur des overlijdens;
          2°. De voornamen en den naam van den anderen echtgenoot, indien de
          overledene getrouwd of wel weduwenaar of weduwe was;
          3°. De voornamen, de naam, den ouderdom, het beroep en de woonplaats der
          aangevers, en, wanneer zij bloedverwanten zijn, de graad van
          bloedverwantschap;

          De akten van overlijden zullen daarenboven bevatten voor zoo verre men zulks
          kan te weten komen, de voornamen, namen, het beroep en de woonplaats der
          ouders van den overledene, mitsgaders deszelfs geboortep1aats.

          52. De ambtenaar van den burgerlijken stand za1 geen akte van
          overlijden
          van een pas geboren kind mogen opmaken, dan voor zoo verre aan hem zal zijn
          gebleken, dat de geboorte van het kind in het daartoe bestemde register is
          ingeschreven.
          Bij ontstentenis van dien, zal die ambtenaar niet vermogen uit te drukken
          dat het kind overleden is, maar alleen, dat hetze1ve als leven1oos is
          aangegeven. Hij kan, in zoodanig geval, bij twijfeling omtrent de
          deugdelijkheid der aangifte, vorderen dat het kind aan hem worde vertoond.
          Hij zal daarenboven de verklaring der getuigen ontvangen, opzigtelijk de
          voornamen, namen, het beroep en de woonplaats van de ouders van het kind,
          met aanduiding van het jaar en de maand waarin, en den dag en het uur waarop
          het kind is ter wereld gebragt.
          Die akte zal, overeenkomstig hare dagteekening, in de sterfregisters worden
          ingeschreven, zonder dat daardoor eenigermate zal zijn of het kind levend
          dan wel dood, is ter wereld gekomen.

          53. Geen begraving mag geschieden zonder het verlof, vrij van zegel
          en kosteloos door den ambtenaar van den burgerlijke stand af te geven.
          Dat verlof zal door denzelven niet worden verleend, ten zij hij zich van het
          overlijden hebbe verzekerd, en niet vroeger dan zes en dertig uren na het
          overlijden, behoudens de gevallen, bij de reglementen van politie voorzien.

          54. Wanneer een sterfgeval heeft plaats gehad in burgerlijke of
          Militaire gasthuizen, in gevangenhuizen of andere openbare gestichten zullen
          de hoofden, gezagvoerder, bestuurders, cipiers of opzigters van die
          gestichten, verpligt zijn, daarvan binnen vier en twintig uren aangifte te
          doen aan den ambtenaar van den burgerlijken stand, welke, na zich van het
          overlijden te hebben verzekerd, eene akte overeenkomstig het bepaalde bij
          artikel 51 zal opmaken.
          Er zullen bovendien in die gestichten bijzondere registers worden gehouden,
          waarin van het overlijden en de daartoe betrekkelijke omstandigheden zal
          worden melding gemaakt.

          55. Wanneer teekenen of aanduidingen.van eenen geweldadigen dood
          aanwezig zijn, of andere omstandigheden bestaan, die reden geven om dien
          vermoeden, zal de begraving niet mogen geschieden, dan nadat het lijk
          geregtelijk zal zijn geschouwd.
          Bij het verbaal der schouwing zullen, zoo veel mogelijk, worden opgegeven de
          voormamen, de naam, de ouderdom, de geboorteplaats, het beroep en de
          woonplaats van de overledene.

          56. De ambtenaar, welke het verbaal der schouwing zal hebben
          gemaakt, is verpligt aan dien van de burgerlijke stand dadelijk opgave te
          doen van al hetgeen vereischt zal worden om de akte van overlijden op te
          maken.
          De ambtenaar van den burgerlijken stand zal een afschrift van de akte van
          overlijden doen toekomen aan dien der bekende woonplaats van den overledene,
          ten einde door dezen in de registers te worden ingeschreven.

          57. De griffiers der criminele hoven en regtbanken zijn verpligt, om binnen
          vier en twintig uren na het ten uitvoer1eggen van doodvonnisten, aan den
          ambtenaar van den burgerlijken stand van de plaats, alwaar het
          vonnis is ten uitvoer gelegd, te doen toekomen afschrift van het bij die
          gelegenheid opgemaakt proces-verbaal.
          Zij zullen aan den voet van dat proces-verbaal alle aanduidingen opgeven,
          welke vereischt worden om de akte van overlijden, overeenkomstig artikel 51
          te kunnen opmaken

          58. De ambtenaar van den burgerlijken stand, ter plaatse alwaar de
          veroordeelde is ter dood gebragt, zal afschrift van de akte van overlijden
          doen toekomen aan dien van de laatstbekende woonplaat van den veroordeelde,
          ten einde door dien ambtenaar insgelijks in de registers te worden
          ingeschreven.

          59. In geval van eenen geweldigen dood, van het ter dood brengen van eenen
          veroordeelde in gevangenhuizen, zal van die omstandigheden in de registers
          geen melding worden gemaakt, en de akte van overlijden eenvoudig worden
          ingerigt naar den vorm, bij artikel 51 voorgeschreven.

          (/tekst uit: De Nederlandsche Wetgeving, toegelicht door Mr. G.J. de
          Martini, doctor in de letteren en in de beide regten, practiserend Advocaat
          te Amsterdam, uitgegeven in 1840 bij Elix & Co, drukkers en uitgevers,
          Ro-kin 161 te Amsterdam/.)

          Terwijl dus nergens staat dat in de akte van overlijden een doodsoorzaak
          diende te worden opgenomen, bepaalde het BW in artikel 59 nog eens voor alle
          duidelijkheid dat dit ook niet de bedoeling is bij een terechtgestelde ter
          dood veroordeelde.


          Met vriendelijke groeten,
          Ben Doedens
        • johannes3641
          Evert en Ben, Hartelijk dank voor de informatie. Ik ga proberen bij de gemeente Oldambt de informatie boven water te krijgen. Groeten, Hans Gruizinga
          Message 4 of 4 , Nov 4, 2010
          View Source
          • 0 Attachment
            Evert en Ben,

            Hartelijk dank voor de informatie. Ik ga proberen bij de gemeente Oldambt de informatie boven water te krijgen.

            Groeten,
            Hans Gruizinga
          Your message has been successfully submitted and would be delivered to recipients shortly.