Loading ...
Sorry, an error occurred while loading the content.

Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts

Expand Messages
  • Eika Kuiper
    ... From: Ben Doedens To: Sent: Tuesday, August 02, 2005 1:08 AM Subject: Re: [groningen-genealogy]
    Message 1 of 18 , Aug 2, 2005
    • 0 Attachment
      ----- Original Message -----
      From: "Ben Doedens" <doedens@...>
      To: <groningen-genealogy@yahoogroups.com>
      Sent: Tuesday, August 02, 2005 1:08 AM
      Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts


      > Eika Kuiper wrote:
      >> Nynke,
      >>
      >> Zal ik doen.
      >> Bedankt.
      >>
      >> vr.gr.Eika
      >> ----- Original Message -----
      >> From: "Nynke van den Hooven" <nynkevandenhooven@...>
      >> To: <groningen-genealogy@yahoogroups.com>
      >> Sent: Monday, August 01, 2005 9:43 PM
      >> Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts
      >>
      >>
      >> Eika,
      >>
      >> Loop dan in ieder geval de vervolgberichten op bericht nr 14228
      >> (waaruit het
      >> stuk tekst van Dick Kuil kwam, incl de vraag m.b.t. de wetswijziging,
      >> die in
      >> de vervolgberichten ongetwijfeld beantwoord zal zijn, maar die ik dus
      >> beter
      >> weg had kunnen knippen....) in het berichtenarchief van deze groep
      >> eens na.
      >> Met de zoekterm art 50 BW haal je héél wat informatie boven.
      >> Ik zag dat art. 19 daarin ook ergens genoemd werd.
      >>
      >> Met vriendelijke groet,
      >> Nynke van den Hooven.
      >> ----- Original Message -----
      >> From: Eika Kuiper
      >> To: groningen-genealogy@yahoogroups.com
      >> Sent: Monday, August 01, 2005 8:54 PM
      >> Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts
      >>
      >>
      >> Hallo Tom,
      >>
      >> Bedankt voor de tip, vermoedelijk is bij het bedoelde overlijden de
      >> Officier van Justitie eraan te pas gekomen. Ik ga dit nu verder proberen
      >> uit
      >> te zoeken.
      >
      > Dag Eika,
      >
      > Hieronder eerst nog eens de artikelen van het BW uit 1838.
      > ===
      >
      > Burgerlijk Wetboek
      >
      > VIJFDE AFDELING
      >
      > Van de Akten van Overlijden.
      >
      > 50. De akten van overlijden zullen worden opgemaakt
      > door den ambtenaar van den burgerlijken stand der
      > plaats, alwaar de persoon overleden is, en op de ver-
      > klaring van twee getuigen.
      > Wanneer het blijkt dat de overledene elders zijne
      > woonplaats heeft gehad, zal de ambtenaar van den
      > burgerlijken stand een uittreksel van de akte van over.
      > lijden doen toekomen aan dien van de laatst bekende
      > woonplaats van den overledene, ten einde insgelijks in
      > de registers aldaar te worden ingeschreven.
      > 51. Zij zullen bevatten: 1°. De voornamen, den naam,
      > den ouderdom, het beroep en de woonplaats van den
      > overledene, mitsgaders den dag en het uur des overlij-
      > dens ; 2°. De voornamen en den naam van den ande-
      > ren echtgenoot, indien de overledene getrouwd of wel
      > weduwenaar of weduwe was; 3°. De voornamen, den
      > naam, den ouderdom, het beroep en de woonplaats der
      > aangevers, en, wanneer zij bloed verwanten zijn, den
      > graad van bloedverwantschap;
      > De akten van overlijden zullen daarenboven bevatten,
      > voor zoo verre men zulks kan te weten komen, de
      > voornamen, namen, het beroep en de woonplaats der
      > ouders van den overledene, mitsgaders deszelfs ge-
      > boorteplaats.
      > 52. De ambtenaar van den burgerlijken stand zal geene
      > akte van overlijden van een pas geboren kind mogen
      > opmaken, dan voor zoo verre aan hem zal zijn ge-
      > bleken, dat de geboorte van het kind in het daartoe
      > bestemde register is ingeschreven.
      > Bij ontstentenis van dien, zal die ambtenaar niet ver-
      > mogen uit te drukken dat het kind overleden is, maar
      > alleen, dat hetzelve als levenloos is aangegeven. Hij
      > kan, in zoodanig geval, bij twijfeling omtrent de
      > deugdelijkheid der aangifte, vorderen dat het kind
      > aan hem worde vertoond.
      > Hij zal daarenboven de verklaring der getuigen ont-
      > vangen, opzigtelijk de voornamen, namen, het beroep
      > en de woonplaats van de ouders van het kind, met aan-
      > duiding van het jaar en de maand waarin, en den dag
      > en het uur waarop het kind is ter wereld gebragt.
      > Die akte zal, overeenkomstig hare dagteekening, in
      > de sterfregisters worden ingeschreven zonder dat
      > daardoor eenigermate zal zijn beslist of het kind levend,
      > dan wel dood ter wereld is gekomen.
      >
      > 53. Geen begraving mag geschieden zonder het verlof,
      > vrij van zegel en kosteloos door den ambtenaàr van den
      > burgerlijke stand af te geven.
      > Dat verlof zal door denzelven, niet worden verleend,
      > ten zij hij zich van het overIijden hebbe verzekerd,
      > en niet vroeger dan zes en dertig uren na het over-
      > lijden, behoudens de gevallen bij de reglementen van
      > policie voorzien
      >
      > 54. Wanneer een sterfgeval heeft plaats gehad in bur-
      > gerlijke of militaire gasthuizen, in gevangenhuizen of
      > andere openbare gestichten, zullen de hoofden, gezag-
      > voerders, bestuurders, cipiers of opzigters van die
      > gestichten, verpligt zijn daar van binnen vier en twintig
      > uren aangifte te doen aan den ambtenaar van den bur-
      > gerlijken stand, welke, na zich van het overlijden te
      > hebben verzekerd, eene akte, overeenkomstig het be-
      > paalde bij artikel 51 zal ,opmaken.
      > Er zullen bovendien in die gestichten bijzondere re-
      > gisters worden gehouden, waarin van het overlijden
      > en daartoe betrekkelijke omstandigheden zal worden
      > melding gemaakt.
      >
      > 55.Wanneer er teekenen of aanduidingen van eenen ge-
      > weldigen dood aanwezig zijn, of andere omstandighe-
      > den bestaan, die reden geven om dien te vermoeden,
      > zal de begraving niet mogen geschieden, dan nadat
      > het lijk geregtelijk zal zijn geschouwd.
      > Bij het, verbaal der schouwing zullen zoo veel mo-
      > gelijk, worden opgegeven de voornamen, de naam,
      > de ouderdom, de geboorteplaats, het beroep en de
      > woonplaats van den overledene.
      >
      > 56. De ambtenaar, welke het verbaal van schouwing
      > zal hebben gemaakt, is verpligt aan dien van den
      > burgerlijken stand dadelijk opgave te doen van al het-
      > geen vereischt zal worden om de akte van overlijden
      > op te maken.
      > De ambtenaar van den burgerlijken stand zal een af-
      > schrift van de akte van overlijden doen toekomen aan
      > dien der bekende woonplaats van den overledene, ten
      > einde door dezen in de registers te worden inge-
      > schreven.
      >
      > 57. De griffiers der:criminele, hoven en regtbanken zijn
      > verpligt, om binnen vier en twintig uren na het ten uit-
      > voer, leggen van doodvonnissen, aan den ambtenaar
      > van den burgerlijken stand van de plaats, alwaar het
      > vonnis ten uitvoer gelegd, te doen toekomen afschrift
      > van het bij die gelegenheid opgemaakt proces-verbaal.
      > Zij zullen aan den voet van dat proces-verbaal alle
      > aanduidingen opgeven, welke vereischt worden om de
      > akte van overlijden, overeenkomstig artikel 51 te
      > kunnen. opmaken.
      >
      > 58.. De ambtenaar van den burgerlijken stand, ter plaatse
      > al.waar de veroordeelde is ter dood gebragt, zal af-
      > schrift van de akte van overlijden doen toekomen aan
      > dien van de laatstbekende, woonplaats van den veroor-
      > deelde, ten einde door dien ambtenaar insgelijks in
      > de registers te worden ingeschreven.
      >
      > 59. In geval van eenen geweldigen dood, van het ter
      > dood brengen van eenen veroordeelde, of van het
      > overlijden in gevangenhuizen, zal van die omstan-
      > digheden in de registers geene melding worden ge-
      > maakt, en de akte van overlijden eenvoudig wor-
      > den ingerigt naar den vorm, bij artikel 51 voorge-
      > schreven.
      >
      > -----------
      >
      > Aldus "De Nederlandsche Wetgeving" toegelicht door Mr. G.J. de Martini,
      > doctor in de letteren en in de beide rechten, practiserend advocaat te
      > Amsterdam, uitgegeven in 1840 te Amsterdam door ELIX en Co., Drukkers en
      > Uitgevers, Rok-in No 161.
      >
      > ===================
      >
      > Je ziet dat de aangifteplicht voor bijzondere categoriën bij bijzondere
      > ambtenaren wordt gelegd waarbij de verplichting de ambtenaar van de
      > woongemeente in kennis te stellen middels een uittreksel van de akte
      > analoog
      > aan artikel 50 BW (oud), steeds wordt herhaald.
      >
      > Interessant ook de bepaling dat burgerlijke en militaire gasthuizen etc.
      > bijzondere registers van sterfgevallen dienden bij te houden. In gemeenten
      > met dergelijke gasthuizen moeten er naast de registers van de burgerlijke
      > stand dus ook dergelijke bijzondere registers in het archief te vinden
      > zijn.
      > Omdat de door jou beschreven persoon militair was, zou hij ook in een
      > militair gasthuis overleden kunnen zijn, waardoor de aangifte door een
      > bestuurder van het tehuis moest geschieden.
      >
      > Wat de "geweldigen" dood betreft - bedoeld zal zijn gewelddadige dood -
      > schrijft het oude BW voor dat er niet mag worden begraven alvoor het lijk
      > gerechtelijk zal zijn geschouwd. De ambtenaar die het proces verbaal van
      > die
      > schouwing opstelde werd verplicht opgave te doen van al hetgeen vereischt
      > zal worden om de akte van overlijden op te maken. In 1838, het jaar waarin
      > het Burgerlijk Wetboek als opvolger van de Franse Code Civil in werking
      > trad, was ook net het gecodificeerde recht omtrent straf en strafvordering
      > in werking getreden. Bij het voorbereiden van al die wetten waren termen
      > als
      > "Officier van Justitie" nog niet zo in zwang en dus werd het in het BW "De
      > ambtenaar, welke het verbaal van schouwing zal hebben gemaakt".
      >
      > Anno 2005 is bij een niet natuurlijke dood nog steeds lijkschouwing
      > voorgeschreven en mag een lijk niet worden begraven of verbrand zonder de
      > toestemming van de Officier van Justitie.
      >
      > Bijzonder ook de artikelen betreffende ter dood veroordeelden. Na het
      > afschaffen van de doodstraf waren ze natuurlijk niet meer noodzakelijk.
      >
      > Met vriendelijke groeten,
      > Ben Doedens
      >
      >
      >
      >
      >
      > Yahoo! Groups Links
      >
      >
      >
      >
      >
      >
      >
    • Eika Kuiper
      Hallo Ben, Hartelijk dank voor de informatie betr. Burgelijk Wetboek art.50 en de toelichting hierop. In de toelichting staan tips waarmee ik verder kan
      Message 2 of 18 , Aug 2, 2005
      • 0 Attachment
        Hallo Ben,

        Hartelijk dank voor de informatie betr. Burgelijk Wetboek art.50 en de
        toelichting hierop. In de toelichting staan tips waarmee ik verder kan
        zoeken.

        vriendelijke groeten
        Eika Kuiper
        ----- Original Message -----
        From: "Ben Doedens" <doedens@...>
        To: <groningen-genealogy@yahoogroups.com>
        Sent: Tuesday, August 02, 2005 1:08 AM
        Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts


        > Eika Kuiper wrote:
        >> Nynke,
        >>
        >> Zal ik doen.
        >> Bedankt.
        >>
        >> vr.gr.Eika
        >> ----- Original Message -----
        >> From: "Nynke van den Hooven" <nynkevandenhooven@...>
        >> To: <groningen-genealogy@yahoogroups.com>
        >> Sent: Monday, August 01, 2005 9:43 PM
        >> Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts
        >>
        >>
        >> Eika,
        >>
        >> Loop dan in ieder geval de vervolgberichten op bericht nr 14228
        >> (waaruit het
        >> stuk tekst van Dick Kuil kwam, incl de vraag m.b.t. de wetswijziging,
        >> die in
        >> de vervolgberichten ongetwijfeld beantwoord zal zijn, maar die ik dus
        >> beter
        >> weg had kunnen knippen....) in het berichtenarchief van deze groep
        >> eens na.
        >> Met de zoekterm art 50 BW haal je héél wat informatie boven.
        >> Ik zag dat art. 19 daarin ook ergens genoemd werd.
        >>
        >> Met vriendelijke groet,
        >> Nynke van den Hooven.
        >> ----- Original Message -----
        >> From: Eika Kuiper
        >> To: groningen-genealogy@yahoogroups.com
        >> Sent: Monday, August 01, 2005 8:54 PM
        >> Subject: Re: [groningen-genealogy] Re: Marten Wierts
        >>
        >>
        >> Hallo Tom,
        >>
        >> Bedankt voor de tip, vermoedelijk is bij het bedoelde overlijden de
        >> Officier van Justitie eraan te pas gekomen. Ik ga dit nu verder proberen
        >> uit
        >> te zoeken.
        >
        > Dag Eika,
        >
        > Hieronder eerst nog eens de artikelen van het BW uit 1838.
        > ===
        >
        > Burgerlijk Wetboek
        >
        > VIJFDE AFDELING
        >
        > Van de Akten van Overlijden.
        >
        > 50. De akten van overlijden zullen worden opgemaakt
        > door den ambtenaar van den burgerlijken stand der
        > plaats, alwaar de persoon overleden is, en op de ver-
        > klaring van twee getuigen.
        > Wanneer het blijkt dat de overledene elders zijne
        > woonplaats heeft gehad, zal de ambtenaar van den
        > burgerlijken stand een uittreksel van de akte van over.
        > lijden doen toekomen aan dien van de laatst bekende
        > woonplaats van den overledene, ten einde insgelijks in
        > de registers aldaar te worden ingeschreven.
        > 51. Zij zullen bevatten: 1°. De voornamen, den naam,
        > den ouderdom, het beroep en de woonplaats van den
        > overledene, mitsgaders den dag en het uur des overlij-
        > dens ; 2°. De voornamen en den naam van den ande-
        > ren echtgenoot, indien de overledene getrouwd of wel
        > weduwenaar of weduwe was; 3°. De voornamen, den
        > naam, den ouderdom, het beroep en de woonplaats der
        > aangevers, en, wanneer zij bloed verwanten zijn, den
        > graad van bloedverwantschap;
        > De akten van overlijden zullen daarenboven bevatten,
        > voor zoo verre men zulks kan te weten komen, de
        > voornamen, namen, het beroep en de woonplaats der
        > ouders van den overledene, mitsgaders deszelfs ge-
        > boorteplaats.
        > 52. De ambtenaar van den burgerlijken stand zal geene
        > akte van overlijden van een pas geboren kind mogen
        > opmaken, dan voor zoo verre aan hem zal zijn ge-
        > bleken, dat de geboorte van het kind in het daartoe
        > bestemde register is ingeschreven.
        > Bij ontstentenis van dien, zal die ambtenaar niet ver-
        > mogen uit te drukken dat het kind overleden is, maar
        > alleen, dat hetzelve als levenloos is aangegeven. Hij
        > kan, in zoodanig geval, bij twijfeling omtrent de
        > deugdelijkheid der aangifte, vorderen dat het kind
        > aan hem worde vertoond.
        > Hij zal daarenboven de verklaring der getuigen ont-
        > vangen, opzigtelijk de voornamen, namen, het beroep
        > en de woonplaats van de ouders van het kind, met aan-
        > duiding van het jaar en de maand waarin, en den dag
        > en het uur waarop het kind is ter wereld gebragt.
        > Die akte zal, overeenkomstig hare dagteekening, in
        > de sterfregisters worden ingeschreven zonder dat
        > daardoor eenigermate zal zijn beslist of het kind levend,
        > dan wel dood ter wereld is gekomen.
        >
        > 53. Geen begraving mag geschieden zonder het verlof,
        > vrij van zegel en kosteloos door den ambtenaàr van den
        > burgerlijke stand af te geven.
        > Dat verlof zal door denzelven, niet worden verleend,
        > ten zij hij zich van het overIijden hebbe verzekerd,
        > en niet vroeger dan zes en dertig uren na het over-
        > lijden, behoudens de gevallen bij de reglementen van
        > policie voorzien
        >
        > 54. Wanneer een sterfgeval heeft plaats gehad in bur-
        > gerlijke of militaire gasthuizen, in gevangenhuizen of
        > andere openbare gestichten, zullen de hoofden, gezag-
        > voerders, bestuurders, cipiers of opzigters van die
        > gestichten, verpligt zijn daar van binnen vier en twintig
        > uren aangifte te doen aan den ambtenaar van den bur-
        > gerlijken stand, welke, na zich van het overlijden te
        > hebben verzekerd, eene akte, overeenkomstig het be-
        > paalde bij artikel 51 zal ,opmaken.
        > Er zullen bovendien in die gestichten bijzondere re-
        > gisters worden gehouden, waarin van het overlijden
        > en daartoe betrekkelijke omstandigheden zal worden
        > melding gemaakt.
        >
        > 55.Wanneer er teekenen of aanduidingen van eenen ge-
        > weldigen dood aanwezig zijn, of andere omstandighe-
        > den bestaan, die reden geven om dien te vermoeden,
        > zal de begraving niet mogen geschieden, dan nadat
        > het lijk geregtelijk zal zijn geschouwd.
        > Bij het, verbaal der schouwing zullen zoo veel mo-
        > gelijk, worden opgegeven de voornamen, de naam,
        > de ouderdom, de geboorteplaats, het beroep en de
        > woonplaats van den overledene.
        >
        > 56. De ambtenaar, welke het verbaal van schouwing
        > zal hebben gemaakt, is verpligt aan dien van den
        > burgerlijken stand dadelijk opgave te doen van al het-
        > geen vereischt zal worden om de akte van overlijden
        > op te maken.
        > De ambtenaar van den burgerlijken stand zal een af-
        > schrift van de akte van overlijden doen toekomen aan
        > dien der bekende woonplaats van den overledene, ten
        > einde door dezen in de registers te worden inge-
        > schreven.
        >
        > 57. De griffiers der:criminele, hoven en regtbanken zijn
        > verpligt, om binnen vier en twintig uren na het ten uit-
        > voer, leggen van doodvonnissen, aan den ambtenaar
        > van den burgerlijken stand van de plaats, alwaar het
        > vonnis ten uitvoer gelegd, te doen toekomen afschrift
        > van het bij die gelegenheid opgemaakt proces-verbaal.
        > Zij zullen aan den voet van dat proces-verbaal alle
        > aanduidingen opgeven, welke vereischt worden om de
        > akte van overlijden, overeenkomstig artikel 51 te
        > kunnen. opmaken.
        >
        > 58.. De ambtenaar van den burgerlijken stand, ter plaatse
        > al.waar de veroordeelde is ter dood gebragt, zal af-
        > schrift van de akte van overlijden doen toekomen aan
        > dien van de laatstbekende, woonplaats van den veroor-
        > deelde, ten einde door dien ambtenaar insgelijks in
        > de registers te worden ingeschreven.
        >
        > 59. In geval van eenen geweldigen dood, van het ter
        > dood brengen van eenen veroordeelde, of van het
        > overlijden in gevangenhuizen, zal van die omstan-
        > digheden in de registers geene melding worden ge-
        > maakt, en de akte van overlijden eenvoudig wor-
        > den ingerigt naar den vorm, bij artikel 51 voorge-
        > schreven.
        >
        > -----------
        >
        > Aldus "De Nederlandsche Wetgeving" toegelicht door Mr. G.J. de Martini,
        > doctor in de letteren en in de beide rechten, practiserend advocaat te
        > Amsterdam, uitgegeven in 1840 te Amsterdam door ELIX en Co., Drukkers en
        > Uitgevers, Rok-in No 161.
        >
        > ===================
        >
        > Je ziet dat de aangifteplicht voor bijzondere categoriën bij bijzondere
        > ambtenaren wordt gelegd waarbij de verplichting de ambtenaar van de
        > woongemeente in kennis te stellen middels een uittreksel van de akte
        > analoog
        > aan artikel 50 BW (oud), steeds wordt herhaald.
        >
        > Interessant ook de bepaling dat burgerlijke en militaire gasthuizen etc.
        > bijzondere registers van sterfgevallen dienden bij te houden. In gemeenten
        > met dergelijke gasthuizen moeten er naast de registers van de burgerlijke
        > stand dus ook dergelijke bijzondere registers in het archief te vinden
        > zijn.
        > Omdat de door jou beschreven persoon militair was, zou hij ook in een
        > militair gasthuis overleden kunnen zijn, waardoor de aangifte door een
        > bestuurder van het tehuis moest geschieden.
        >
        > Wat de "geweldigen" dood betreft - bedoeld zal zijn gewelddadige dood -
        > schrijft het oude BW voor dat er niet mag worden begraven alvoor het lijk
        > gerechtelijk zal zijn geschouwd. De ambtenaar die het proces verbaal van
        > die
        > schouwing opstelde werd verplicht opgave te doen van al hetgeen vereischt
        > zal worden om de akte van overlijden op te maken. In 1838, het jaar waarin
        > het Burgerlijk Wetboek als opvolger van de Franse Code Civil in werking
        > trad, was ook net het gecodificeerde recht omtrent straf en strafvordering
        > in werking getreden. Bij het voorbereiden van al die wetten waren termen
        > als
        > "Officier van Justitie" nog niet zo in zwang en dus werd het in het BW "De
        > ambtenaar, welke het verbaal van schouwing zal hebben gemaakt".
        >
        > Anno 2005 is bij een niet natuurlijke dood nog steeds lijkschouwing
        > voorgeschreven en mag een lijk niet worden begraven of verbrand zonder de
        > toestemming van de Officier van Justitie.
        >
        > Bijzonder ook de artikelen betreffende ter dood veroordeelden. Na het
        > afschaffen van de doodstraf waren ze natuurlijk niet meer noodzakelijk.
        >
        > Met vriendelijke groeten,
        > Ben Doedens
        >
        >
        >
        >
        >
        > Yahoo! Groups Links
        >
        >
        >
        >
        >
        >
        >
      Your message has been successfully submitted and would be delivered to recipients shortly.