Loading ...
Sorry, an error occurred while loading the content.

DE FRIESCHE ADELAAR

Expand Messages
  • Anton Musquetier
    DE FRIESCHE ADELAAR. De verklaring van het ontstaan en de beteekenis van een Friesch familewapen. Dezer dagen kwam ik in het bezit van het boek: Europeesche
    Message 1 of 1 , Feb 27, 2005
    • 0 Attachment
      DE FRIESCHE ADELAAR.
      De verklaring van het ontstaan en de beteekenis
      van een Friesch familewapen.
      Dezer dagen kwam ik in het bezit van het boek:
      Europeesche ,,Totemdieren" en Eenige Andere
      Symbolen- HeraldischeSprokkels-door H.W.M.J. KITS
      NIEUWENKAMP - uitgaaf in 1935 van N. V. Uitgeversbedri,
      it ,,Eigen Volk" te Haarlem. Het eerste hoofdstuk
      is gewijd aan den adelaar en behandelt uitvoerig den
      halven- Frieschen adelaar. Schrijver wijst op de onhoudbaarheid
      van de bekende legende dienaangaande en
      sluit zich, in zijn opvatting betreffende de beteekenis
      van deze wapenfiguur, aan bij de resultaten van de
      onderzoekingen door DK. JAKOBUS RIEMERS, als vervat
      in diens in 1914 te Oldenburg uitgegeven studie: ,,Das
      Adlerwappen bei den Friesen".
      In het kort laat deze opvatting zich als volgt weergeven
      : Door het ontbreken van het leenstelsel in de
      Friesche landen bleven de erfgoederen van de inheemsche
      grondbezitters ,,vrij" eigendom. De erfgezeten
      of eigenerfde (boeren) Friezen, die tenminste 30 pondematen
      (= + 12 H.A.) land bezaten, moesten ten strijde
      trekken met paard en wapentuig. Zij waren ,,schildboortige
      mannen" en alzoo gerechtigd tot het aannemen
      en voeren van een familiewapen. Als eigenaars
      van stemgerechtigde landen (waarvoor later een andere
      maatstaf gold, dan bovengenoemd minimum) waren
      deze eigenerfden verkiesbaar in alle rechtersambten,
      zoowel voor grietmannen als voor de lagere rechtersrangen.
      Zij werden in oorkonden en op grafsteenen
      betiteld als: "eersaam" of ,,ehrbaar". Alle rechters in
      Friesland waren aanvankelijk ,,keizerlijke" ambtenaren
      en als zoodanig direct of indirect op den keizer beëedigd,
      en konden (het was geen plicht) als teeken van hun
      keizerlijk ambt het rijks-waardigheidsteeken, de adelaar,
      in hun wapen voeren. De opname van de adelaarsfiguur
      was zoodoende vrijwillig voor de daartoe gerechtigden
      en dit recht stond voornamelijk op de basis van zekere
      gegoedheid (landbezit) binnen de Friesche landsgrenzen.
      Ook toen de keizerlijke macht in Friesland in het
      geheel niet meer bestond, bleef (tot aan het jaar 1800)
      het recht tot opname van de halve rijksadelaar verknocht
      aan het rechtersambt.
      De weinig hooge eischen, en het ontbreken van het
      leenstelsel; waren oorzaken, dat door de eeuwen heen
      leden van een zeer groot aantal families tot een rechtersambt
      geraakten, waardoor thans de halve adelaar
      voor ruim 501/. voorkomt in de familiewapens der
      Friesche gewesten.
      Tot zoover de kern van hetgeen de heer KI T S
      N IEUWENKAMP over den oorsprong en de beteekenis
      van den Frieschen adelaar mededeelt. De inhoud van
      de onderhavige wapenfiguur verkrijgt hiermede een
      scherpere omlijning en een diepere beteekenis dan ik
      er in mijn verklaring (zie Ind. Navorscher, Ie jaarg.
      blz. 100 en 107) aan meende te moeten toeschrijven.
      Rest nu het toetsen van de beschreven stelling aan
      de historie van een Friesche familie, welke den halven
      adelaar in haar wapen voert, wat mij uiteraard het
      gemakkelijkst valt voor de familie SLEESWIJK,' doordat
      ik vele historische details hiervan ken.
      Dit geslacht komt sedert de regeering van de Saksische
      hertogen in Friesland voor. De stamvader, THOMAS
      S CHLEYSWICK , woonde in 1511 te Leeuwarden. Zijn
      nakomelingen waren kooplieden en vestigden zich te
      Harlingen, waar zij belangen bij de zeevaart verkregen.
      Landbezit is mij van hen niet bekend. Waarschijnlijk
      behoorden zij, sedert de hervorming, alle tot de Doopsgezinde
      kerk en bleven zij daardoor als dissenters lang
      buiten de ambtelijke functies.
      Te Harlingen werd:
      1. SIXTUS (of SI C K E) SLEESWIJCK, geboren in 1644,
      medicus (in 1662 te Leiden en in 1664 te Utrecht als
      student ingeschreven), die tot zoon had:
      11. FKEEDRIK SLEESWIJCK, geboren + 1670, eigenuar
      van land onder Terband bij Heerenveen, dat tot in de
      19e eeuw in bezit bleef van zijn afstammelingen (1) -.
      Hij is voor zoover mij bekend de eerste landeigenaar
      van zijn familie. Een van zijn drie zonen was:
      111. SICKE SLEESWIJK, geboren + 1705, overleden 1778,
      koopman en grootschipper. Hij voerde vah 1737 tot
      1758 het bevel over het fhifschip ,De Houtmolen" -,
      en stichtte' .in 1758 een reederij te Lemmer Op 21
      `) Blijkt o. a. uit de Memorie der nalatenscl~ap van wijlen
      Mej. SJ ~~;HUTJE SLEESWIJK, in leven te Lemmer woonachtig
      en aldaar den 28en Januari 1823 overleden. Akte in mijl1
      bezit
      ") Blijkt uit nog bewaarde origineele scheepsjournalen,
      waarvan een exemplaar in mijn bezit.

      Mei 1765 werd hij door ,,de sfemgeregtigde ingeseetenen"
      verkozen en aangesteld tot ,,bgsitter" van de grietenij
      Lemsterland (3) -. In koopakten van 1774 en 1776 i s
      hij genoemd als ,,Meede regter `s geregts van Lemsterlant"
      (4) -. Hij had o.m. tot zoon:
      IV. CORNELIS- SLEESWIJK, geboren 1739, overleden
      1809, eigenaar van landen aan het Tjeukemeer onder
      0osferzee(6)-, k o o p m a n e n reeder; bij akte van 10
      November 1778 aangesteld tot bijzitter of mederechter
      vun Lemsferland, welk ambt ,,door den dood van den
      eersamen zeer discreten SICCE SLEESWIJK vacant geworden
      zijnde" (") -. Het belangrijkste schip van `zijn
      reederij was ,De Catbarina", een driemaster van het
      fluifschipt~pe, dat in 1762 was gebouwd, in 1771 werd
      aangekocht, en in ,1788 verongelukte (`) -. Zijn zoon
      was :
      V. RI~NK SLEESWIJK, geboren 1765, overleden 1823.
      Van hem zijn de oudste mij bekende zegels met het
      wapen SLEESWIJK afkomstig. Het wapen van deze
      zegels laat zich als volgt beschrijven:
      Gedeeld: rechts een halve adelaar uitgaande van de
      deelingslijn; links doorsneden : boven drie klaverbladen,
      geplaatst 1 en 2, onder een zeilschip met drie masten.'
      Aanziende traliehelm met dekkleeden en zonder helmteeken
      (Zie afbeelding hiernaast).
      Ook staat dit wapen uitgehouwen op zijn grafsteen
      in de Groote kerk te Lemmer (welke steen reeds vele
      jaren geleden door een houten vloer aan het oog werd
      onttrokken). Zijn zoon :
      VI. CORNELIS SLEESWIJK, geboren 1795, overleden
      1857, zegelde met een cachet, dat hetzefde wapen
      vertoont in empirestijl. Hij is de overgrootvader van
      ondergeteekende.
      Uit bovenstaande familiebeschrijving blijkt, dat de
      koopmansfamilie SLEESWIJK, na bijkans twee eeuwen
      3) Volgens de aanstellingsakte in mijn bezit.
      4) Koopakten in mijn bezit.
      5) Blijkt o. a. uir het testament d.d. 10e van Grasmaand
      1810 van ,,FETJE RIENK SLEESWIJK, weduwe van wijlen,
      CORNELIS SLEESWIJK, old mederegter van het district Lemsterland".
      Testament in mijn bezit.
      O) Als noot 3.
      7) Volgt uit een nog bewaarde reederzeel en een wil strekening.
      Meer dan waarschijnlijk is dit schip identiek met
      het mooie modelschip in groot formaat. dat onder denzelfden
      naam, met het jaartal 1768 en de Nederl. vlag voerend,
      aanwezig is te Hamburg in het ,,Museum für Hamburger
      Geschichte'r.

      in Friesland te hebben gewoond, erfelijk landbezit verkrijgt,
      daarna tot het mederechtersambt wordt verkozen,
      waarbij in een aanstellingsakte de titel,, eersaam" gebruikt
      wordt, en een wapen aanneemt met den halven
      adelaar.
      Hoewel een vrij laat voorbeeld, is dit wel een mooie
      bevestiging van de beteekenis, welke de heer K I T S
      Zegel van RIENK CORNEIXZOON
      SLEESWIJK Koopman te Lemmer.
      Raad van Lemsterland 1765-1823.
      Vergroot geteekend door Ir. C.
      WEGENER SLEESWIJK b. i. Architekt
      te Amsterdam 1933
      NIEUWENKAMP aan den Frieschen adelaar toekent, Het
      komt mij voor, dat hier de juiste verklaring van dit
      wapenfiguur is gegeven, te meer, daar ook in mij ten
      dienste staande historische aanteekeningen van andere
      Friesche families overeenkomstige aanwijzingen te vinden
      zijn.
      In het in den aanvang genoemde werk worden eenige
      malen vermeld (bladzijde 54, 56 en 207) de drie klaverblaadjes,
      die mede veelvuldig in Friesche wapens
      voorkomen. Hiervan wordt gezegd, dat zij, doorgaans
      groen op zilver afgebeeld, duiden op eigenerfd
      landbezit (in den greidhoek). Ook hierin blijkt het
      wapen SLEESWIJK in overeenstemming met de familiehistorie.


      Het schip in het hier besproken wapen komt op 19e
      eeuwsche grafsteenen en zegels in de meest uiteenloopende
      variaties voor. Uit het oudst bekende zegel
      blijkt, dat het achterschip hoog is, terwijl geen verhoogde
      bak, geen geschutspoorten, en ook geen galjoen aanwezig
      zijn. Deze hoofdzaken, die het zijaanzicht van
      den scheepsromp typeeren, komen geheel overeen met
      een scheepsbouwkundige teekening van een fluitschip
      uit de eerste helft van de 18e eeuw, die aanwezig is
      in het' Ned. Hist. Scheepvaart Museum te Amsterdam_
      De tuigage op het zegel bestaat uit drie masten met
      onder- en marszeilen, kruiszeil en vastgemaakte bezaan.
      Daarbij zijn vlaggen aan alle toppen aanwezig. Dit klopt
      met de zeilen van het fluitschip ,,De Houtmolen" van
      voornoemden SICKE SLEESWIJK, zooals ze bekend zijn
      uit diens nog bewaarde scheepsjournaal. Op het schip
      ,,De Catharina" daarentegen werden boven de marszeilen
      ook nog bramzeilen gevaren, die op het oudste
      zegel niet voorkomen.
      Dit maakt het waarschijnlijk, dat het wapen reeds
      door genoemde SICKE SLEESWIJK , den eersten mederechter
      van de familie, tusschen de jaren 1765 en 1778,
      werd aangenomen.
      De fluitschepen werden door ons in de 17e en 18e
      eeuw gebezigd voor de vrachtvaart en wel voornamelijk
      voor die in Europa (") -. Zoodat dit wapenfiguur, gezien
      de famieliehistorie, hier ongetwijfeld is op te vatten
      als een symbool van den koophandel en de zeevaart.
      Resumeerend : het wapen van het geslacht SLEESWIJK
      geeft in het zilveren fluitschip op blauw de belangen
      weer, welke deze familie van ouds had bij koophandel
      en zeevaart; de drie groen& klav&bladen- 'OP iilvet
      symboliseeren het later verkregen landbezit, terwijl de
      .zwarte halve adelaar op goud duidt op het daarop
      verworven Friesche rechtersambt. (O) -
      Alzoo blijkt dit Friesche familiewapen een zi+jke
      inhoud te bezitten, welke, dank zij de publicatie van
      den heer K ITS N IEUWENKAMP, thans volledig te begrijpen
      is. Tevens kon daardoor de tijd van wapenaanname
      ten naastenbij bepaald worden.

      F. W. WEGENER SL E E S W I J K

      Bron Indische Navorscher 1936


      Met Vriendelijke groet van
      Anton Musquetier

      Mijn site al eens bezocht ?, U zult verrast zijn, met zoveel
      gegevens, o.a. duizenden toevallige vondsten,
      Molenaars, Schippers, Veldwachters, Bedelaars, Wezen, Kolonisten,
      Ambtenaren enz. voor uw onderzoek.
      http://members.home.nl/musquetier/

      U bent om wat voor reden ook, niet in staat naar het archief te
      komen, maar wilt toch copieen van .....? zie;
      http://groups.yahoo.com/group/frieslandcopie

      Wilt U uw eigen Schippers-Veldwachters, Bedelaars, Vondelingen, enz.
      zelf op mijn site zetten dat kan.
      http://groups.yahoo.com/group/schippersenveldwachters_nederland
      Uitgaande berichten worden gescand met Norton Antivirus
    Your message has been successfully submitted and would be delivered to recipients shortly.