Loading ...
Sorry, an error occurred while loading the content.

24960De Friezen, die in het jaar 809 hadden

Expand Messages
  • Anton Musquetier
    Feb 27, 2005
      Er bestaat in Friesland een overlevering, die in het
      kort luidt:
      De Friezen, die in het jaar 809 hadden deelgenomen
      `aan de verovering van Rome, kregen van ,,Karel de
      Groote" het recht om den halven Rijksadelaar in de
      rechterhelft van hun wapenschild op te nemen. Daarenboven
      mochten zij de baronnenkroon boven hun
      schild plaatsen, zonder evenwel den daarbij behoorenden
      titel te mogen voeren. 1)
      RIETSTAP 2) schrijft hierover:
      ,In deze overlevering ligt misschien wat de zaak
      zelve betreft, schoon dan ook onder andere omstandigheden
      voorgevallen, een kiem van waarheid, doch,
      wil men haar naar de letter opvatten, dan is zij volstrekt
      onaannemelijk, want, naar het gevoelen ' der
      meest gezaghebbende schrijvers, zijn de wezenlijke
      wapens eerst lang na Karel den Groote ontstaan, de
      kroonen en hare onderscheiding nog later, en is de
      dubbele adelaar als zinnebeeld des Rijks wel het
      allerjongst".
      Daar de halve adelaar in zeer vele Friesche familiewapens
      wordt aangetroffen, moet er wel een goede.
      grond voor de voorkeur van dit wapenfiguur hebben
      bestaan. Bovengenoemde overlevering verklaart dezen
      grond niet,; zoodat in een andere richting gezocht dient
      te worden.
      Enkele Friesche Steden voeren eveneens den halven
      adelaar in het stadswapen. En nu is het van belang
      wat BLOK 3) hieromtrent vermeldt:
      ,,Het vrije muntrecht, dat Groningen in 1484 van
      den Keizer ontving; het wapen `met den dubbelen adelaar
      - het waren teekenen eener grootheid. waarvan
      de regeerende geslachten der fiere koopstad in volle
      mate genoten. Groningen was een ,,vrije rijksstad", )"
      zoo lieten de leiders der koopliedenregeering zich
      hooren, en niemand hunner bekommerde zich om den
      rechtmatigen landsheer, den bisschop van Utrecht.........
      Leeuwarden zelf - dat in zijn omgeving reeds een
      hoogen toon begon aan te slaan en in dezen tijd van
      den Keizer het muntrecht kreeg, zoodat het zich als
      een rijksstad begon te beschouwen en zich een wapen
      met den dubbelen rijksadelaar aanschafte op het voorbeeld
      van Groningen, een voorbeeld, dat ook de kleinere
      Friesche steden volgden--zag zich in 1487............."
      Dus de Rijksadelaar in de stadswapens doelde op
      het feit, dat de stadsregeeringen slechts den keizer als
      hun heer erkenden.
      Overigens blijkt uit een ouden vorm `van het wapen
      van de stad Groningen ") en uit de wapens. van de
      steden Sneek en Workum, dat de door BLOK bedoelde
      Rijksadelaar niets anders is dan, wat wij nu noemen,
      de ,Friesche adelaar", t.w. in goud een halve zwarte
      adelaar uitgaande van de deelingslijn.
      Juist in dezelfden tijd,' de laatste helft van de 15e
      eeuw, deden de Friezen veel moeite om de officiëele
      bevestiging van hun onafhankelijkheid te verkrijgen.
      Waarin zij slaagden, toen in 1479 de keizerlijke gezant
      namens den keizer de zoogenaamde ,,privilegiën van
      Karel den Groote" erkende. Deze privilegiën, welke
      de vrijheidsrechten bevatten, zijn in modernen tijd
      onecht gebleken. 6)
      Ligt het niet voor de hand, dat de Friezen, evenals
      de Friesche steden, ten teeken, dat'zij zich ,,keizervrij"
      achtten, den halven rijksadelaar in hun schild
      zullen hebben opgenomen?
      Te meer toen, na het verbreken van de door velen
      gehate Saksische heerschappij (1515), de keizer zelf hun
      heer werd (1523). Hierover leest men bij BLOK 6):
      ,Zoo werd Friesland Bourgondisch, al maakten vele
      Friezen zich nog lang wijs, dat men zich eigenlijk niet
      aan Bourgondië doch aan den Keizer had onderworpen,
      een meening, die de Keizer oogluikend toeliet, wel
      wetend, dat daarvan op den duur weinig sprake zou
      wezen, wanneer maar eenmaal Friesland aan het Bourgondische
      bestuur gewend zou zijn."
      Het is dus vroegstens sedert het midden van de 15e
      eeuw, dat de halve adelaar in de Friesche familiewapens
      zal voorkomen. Dit verklaart dan ook, waarom
      het meerendeel van de oudste Friesche geslachten 7)
      dit symbool niet voert. Hun wapen dateert van vóór
      dien tijd.
      Sommige van zulke zeer oude en meest adellijke
      geslachten hebben later toch den halven adelaar in het
      schild geplaatst ").

      "1
      T. VAN DER LAARS-Wapens, Vlaggen en Zegels vanNederland
      - 1913 - bladzijde 53, figuur 167, waaronder abusievelijk
      14e inplaats van 15e eeuw staat.
      Als 3, bladzijde 505 en 507.
      Als 3, bladzijde 525.
      Bijv: AYLVA, CAMMINGA, SYTZAMA, AEBINGA, HETTINGA,
      JUWINGA, en vele anderen.
      Bijv: HAIIINXMA, BURMANIA, SOLCKEMA, en anderen.
      De zeer vele Friesche geslachten, die den halven
      adelaar wel steeds gevoerd hebben, behooren danook
      vrijwel alle tot het Friesche patriciaat, dat in de 16e,
      17e en 18e eeuw opkwam en toen een wapenaannam.
      In zulke wapens is de adelaar dan ook niet later
      toegevoegd, als ware het een concessie, maar maakt
      dit figuur daarvan een integreerend deel uit.{
      Het gaat dan ook niet aan om hier als het eigenlijke
      familiewapen alleen de linkerschildhelft te beschrijven.
      De beteekenis van den adelaar zal in Friesland verloren
      gegaan zijn in de rumoerige 16e eeuw, waarin
      andere belangen dan het keizer-vrij-zijn de overhand
      kregen.
      Iederen Fries stond in genoemde eeuwen bij een
      wapenaanname reeds een half ingevuld schild ter beschikking,
      n.1. de rechter helft met den halven adelaar.
      De linkerhelft werd op eenzelfde wijze aangenomen
      als in de overige Nederlandsche gewesten het geheele
      wapen.
      `Aan den adelaar in dergelijke wapens kan geen
      andere beteekenis gehecht worden, dan het bewijs,
      dat het betreffende geslacht in Friesland thuis behoort.
      Batang Serangan, 18 Mrt. 3935. F. W.W. S.

      Bron: Indische Navorscher 1934


      Met Vriendelijke groet van
      Anton Musquetier

      Mijn site al eens bezocht ?, U zult verrast zijn, met zoveel
      gegevens, o.a. duizenden toevallige vondsten,
      Molenaars, Schippers, Veldwachters, Bedelaars, Wezen, Kolonisten,
      Ambtenaren enz. voor uw onderzoek.
      http://members.home.nl/musquetier/

      U bent om wat voor reden ook, niet in staat naar het archief te
      komen, maar wilt toch copieen van .....? zie;
      http://groups.yahoo.com/group/frieslandcopie

      Wilt U uw eigen Schippers-Veldwachters, Bedelaars, Vondelingen, enz.
      zelf op mijn site zetten dat kan.
      http://groups.yahoo.com/group/schippersenveldwachters_nederland
      Uitgaande berichten worden gescand met Norton Antivirus